|
Onze speciale dank aan Pieter Vleminckx voor het gebruik van zijn werkstuk dat hij gemaakt heeft tijdens zijn 2e Kandidatuur lichamelijke opvoeding aan de Faculteit geneeskunde en gezondheidswetenschappen van de Universiteit Gent. Eenieder die over documenten, foto's en dergelijke beschikt die te maken hebben met KFC Nederename, kan dit steeds aan een van de bestuursleden bezorgen. GESCHIEDENIS VAN KFC NEDERENAME Raad van Beheer van oprichting V.Z.W. tot vandaag Eindrangschikking in de voorbije seizoenen Aantal selecties kampioenschapswedstrijden voor het eerste elftal (van 1987 tot heden) Deel 1: Periode 1947 – 1960 ‘Stichting’ De officiële
stichtingsdatum van Football Club Nederename is 1 september 1947. In dit eerste
seizoen (1947-1948) werd er gespeeld in de reeks van de beginnende clubs waar
nog geen stand werd opgemaakt. De fundamenten van de club werden echter reeds
in het begin van dat jaar gelegd, toen op "drie koningen dag" (6
januari 1947) acht mensen voor het eerst bijeenkwamen met het doel een
plaatselijke voetbalclub op te richten. Deze mensen waren Eerwaarde Heer
pastoor Albert Reynaert, onderpastoor Hiloné De Bleecker, Albert Steurbaut,
José Verwee, Jef De Smet, Jozef Van Rijsselberghe, Maurice Vandenbroucke en
Albert Baele. Zij worden gezien als de stichters van de club. De enige
voetbalclub in de nabije gebuurte met aanzien was SV Oudenaarde die toen veel
succes kende en zeer attractief was voor de bevolking van de regio. Over de Schelde
was er nog WK Eine, welke ook nog maar net opgericht was. Aanpalend aan
Nederename had men Gold Star Ename, die net een levenslange schorsing en een
opgelegde boete had gekregen ten gevolge van wanordelijkheden en bedreiging van
de scheidsrechter. Er wordt gezegd dat men de scheidsrechter in de Schelde had
geworpen. Dit is echter niet compleet juist; wel werd de scheidsrechter na een
verloren partij boven een zijarm van de Schelde gehouden, waar het water op dat
moment niet dieper was dan 50
cm. Op deze eerste
bijeenkomst werd het voorlopige bestuur gekozen. Zo werd José Verwee tot
voorzitter gekozen en stelde men ook reeds een ondervoorzitter, secretaris,
schatbewaarder, materiaalverantwoordelijke en terreinverzorger aan. Het
grootste deel van de besprekingen gaan over het vinden van een terrein.
Uiteindelijk werd er gekozen voor het veld dat eigendom is van steenbakkerij
Van de Moortel, gelegen dicht bij het nu vroegere station aan de
Kloostersmeerslos. Ook op de vergaderingen die volgden werden vooral de
praktische zaken besproken zoals het vinden van fondsen en mensen die willen
steunen en zo erelid willen zijn, de kleuren en de naam van de club,
terreinbenodigdheden, het opstellen van een huishoudelijk reglement, enz. Deel 2: Periode 1947 – 1960 ‘De zoektocht naar spelers’ Pas op 11 februari 1947 begint men met het samenstellen van een ploeg. Alle jonge mannen die kunnen in
aanmerking komen als speler werden uitgenodigd ten einde reeds één of twee
elftallen te vormen. Toch een belangrijk gegeven is het feit dat op deze
bijeenkomst een zekere E.H. De Wilde kwam spreken, toentertijd een bekende
priesterleraar in Oudenaarde en één van de stichters van SPORTA, een
extrasportieve instelling die de belangen van de spelers behartigt. Door deze
man naar Nederename te halen lokte men enerzijds veel volk en anderzijds
stimuleerde hij de mensen tot het sporten zodat na zijn spreekbeurt velen hun
naam opgaven als voorlopige speler van F.C. Nederename. Belangrijk bij het zoeken van manschappen voor de club is dat enkel jongens van de gemeente zelf zich mochteninschrijven. Onder het motto "enkel Nederenaamsen aan de aftrap", had
men al vlug een vijftiental spelers. Dit motto gold vooral gedurende de eerste
jaren, later werd dit sterk afgezwakt. In het huishoudelijk
reglement wordt ook het doel van de vereniging beschreven, namelijk langs deze
sport de jongens der gemeente gezonde ontspanning bezorgen. De bedoeling van de
stichting was naar het schijnt echter meer dan dit. Uit verschillende
mondelinge bronnen wordt immers gezegd dat vooral vanuit politieke intenties de
stichting een feit is geworden. Zoals de socialisten in die tijd samenkwamen in
een vissersclub, zo werd door de christendemocraten een voetbalploeg opgericht.
Dit wordt duidelijk wanneer men kijkt wie bij de stichting betrokken was; twee
grote bezielers waren immers pastoor
Albert Reynaert en onderpastoor
Hiloné De Bleecker. Naar de buitenwereld toe werd de bedoeling van de
oprichting natuurlijk anders geformuleerd en gecamoufleerd door te zeggen dat
het voor de gezondheid van de Nederenaamse jeugd was. Nadat er dus genoeg mannen
vergaard waren voor het vormen van een elftal begon men reeds met het spelen
van allerlei vriendschappelijke wedstrijden. Op 24 juli wordt vervolgens de
aansluiting van de club officieel aangevraagd aan de Koninklijke Belgische
Voetbalbond. De bevestiging volgde niet veel later en op 1 september 1947 mag
men aantreden in de reeks van de beginnende clubs. Voetbalvereniging in 1946
Boven v.l.n.r.: Jozef Van Rysselberghe, Gerard Van Houcke, Edgard De
Weerdt, Jozef De Smet, Robert De Waele, Gerard Van dorpe, Albert Steurbaut,
Hilloné De Bleeckere, Albert Baele. Deel 3: Periode 1947 – 1960 Deze periode wordt
gekenmerkt door het aanleggen en het verbeteren van het terrein aan de
Kloostersmeerslos. Dit plein was aanvankelijk een weide waar koeien op stonden,
maar na vele uren arbeid en met zeer veel inventiviteit hebben vooral Jozef Van
Rijsselberghe en Albert Steurbaut er nog een mooi en degelijk plein van kunnen
maken. Dit gebeurde natuurlijk allemaal louter manueel en met zeer weinig geld.
Ook moet gezegd worden dat deze mensen dit deden na hun dagelijkse uren, zo werd
er vaak tot in het midden van de nacht doorgewerkt. Een lokaal hadden ze toen natuurlijk ook al. Het eerste lokaal was het café "In 't Tonneke" bij Cuypers-Vandevelde dat in de beginjaren ook gebruikt werd als kleedkamer, aangezien het terrein aan de achterkant van dit vroeger café lag. Later kregen de spelers dan toch hun eigen kabines weliswaar zonder verwarming en meestal met koud water. Slechts wanneer men goed gespeeld had of wanneer Vandevelde goed gezind was werd warm water aangevoerd. Deel 4: Periode 1947 – 1960 ‘De eerste Titel’ Er moet gezegd worden dat FC Nederename in die tijd op een tamelijk hoge publieke belangstelling kon rekenen. In het seizoen 1951-1952 steeg FC van het toenmalige IIIde Gewestelijke C naar IIde Gewestelijke na een derde plaats in de eindrangschikking, omdat men van twee naar drie reeksen overging in IIde Gewestelijke. Deze aanwezigheid in IIde Gew. was slechts van korte duur want men eindigde dat seizoen allerlaatste. Maar in het seizoen 1953-1954 was het bingo. Voor de allereerste keer in de nog prille geschiedenis van FC Nederename mocht men zich kronen tot kampioen van IIIde Gewestelijke C. Deze reeks was toen eigenlijk de geliefkoosde reeks van de club, want in totaal speelde men er vijf maal kampioen, degradeerde men er nooit en eindigde men nooit lager dan de achtste plaats. Deel 5: Periode 1947 – 1960 ‘Crisis’ Na bepaalde tijd begon echter de interesse van sommige bestuursleden te verzwakken. Het eerste bestuur trok er zich niet zoveel meer van aan en op een bepaald moment was er zelfs sprake van een crisis en vreesde men voor het bestaan van de club. Gelukkig konden nieuwe, jonge en enthousiaste mensen worden aangetrokken, waaronder Robert en Gerard De Waele en Gilbert Lampe. Ook de nooit moe gestreden Albert Steurbaut liet de club niet in de steek. Het is dankzij deze mensen dat het voortbestaan verzekerd werd. Ook kwamen mensen van het bestuur van een naburige wielerclub het beheer van FC een handje helpen. Naast de traditionele jaarlijkse kaarting georganiseerd door de ouderen in het bestuur, werd nu door de nieuwe bestuursleden een Vlaamse Kermis op poten gezet die veel geld in het laadje bracht. Ook startte men toen met de verkoop van steunkaarten, een actie die ook nu nog jaarlijks veel geld opbrengt. Deel 6: Periode 1960 – 1972 Deze periode was de
periode van het voorzitterschap van Albert Steurbaut. Onder zijn leiding werd
de heropstanding na de crisis verder gezet. Zo werden nu al eens dure trainers
aangetrokken, terwijl dit vroeger zeker niet het geval was. De belangrijkste
trainers van die tijd waren Jerome Vermassen en Remi De Meyer. Na die eerste
kampioenstitel in 1953-1954 degradeerde men vervolgens in het daaropvolgende
seizoen 1954-1955. Hierna speelde FC dan gedurende acht seizoenen in 3e Gewestelijke
dat vanaf dan Provinciale genoemd werd, waarna men dan in 1962-1963 opnieuw
kampioen speelde. Van 1963 tot en met 1968 speelde men in 2e Prov. om datzelfde
jaar opnieuw te dalen naar 3e Prov. In de seizoenen '68-'69 en '70-'71 mocht
men telkens juichen en promoveren naar 2e Prov. Een ander belangrijk wapenfeit uit die periode was de oprichting van jeugdploegen. Aanvankelijk werd enkel met een scholierenploeg gestart, maar al vlug werd duidelijk dat deze ene reeks niet genoeg was voor de Nederenaamse jeugd. De grootste groei van de jeugdreeksen was echter later bij de stichting van het jeugdcomité in 1977. Deel 7: Periode 1960 – 1972 ‘Een nieuw terrein’ In 1962 werd het terrein verplaatst van de Kloostersmeeslos naar de Kapellestraat. Er was immers een verdeling van de eigendom onder de kinderen geweest na het overlijden van de eigenaar van het veld. De nieuwe eigenaar wou echter beschikking over het terrein krijgen en zodoende kon FC op zoek naar een nieuw veld. Dit nieuwe terrein vond men op het einde vande Kapellestraat, waar men tot op heden nog altijd actief is. Wat velen echter niet weten is dat men eerst een stuk grond in de Schatakker had aangenomen als nieuw terrein. Op het moment dat dit afgewerkt en speelklaar was stierf echter de eigenares, waardoor het terrein verkaveld werd en niet meer beschikbaar was voor FC Nederename. 2 à 3 Maanden later werd vervolgens het veld op het einde van de Kapellestraat reeds ingezegend. Ook werden de kabines van aan de Kloostersmeerslos verhuisd naar het nieuwe veld, waar ze later verder uitgebreid werden. ook werd toen een kantine opgericht dankzij de financële steun van brouwerij Roman. Albert Van Durme, die een uitzetter was van Roman bier had daar immers voor gezorgd. De enige vereiste voor die financiële steun die gevraagd werd was het altijdtappen van Roman bier in de kantine. Dit is ook nu nog het geval. Deel 8: Periode 1972 – 1986 ‘Van clubje tot VZW’ Op 20 juni 1972 verschijnen de eerste statuten ter bevestiging een vereniging zonder winstbejag op te richten (zie bijlage 7). Er werd een beheerraad van dertien personen opgericht. Vijf van die dertien personen kregen volgende functies te vervullen en worden de eerste beheerders benoemd: 1. Albert Steurbaut; voorzitter-beheerder, 2. Georges Mortier; eerste ondervoorzitter, 3. H. Van der Schaeve; tweede ondervoorzitter, 4. Robert De Waele; penningmeester, 5. Urbain D'Oosterlinck; secretaris. De overige acht personen waren gewoon leden van de beheerraad. Hun namen kan u lezen in de eerste statuten in bijlage 7. Op dat moment was Albert Steurbaut nog altijd voorzitter. Hij gaf in mei 1974 zijn ontslag als voorzitter, aangezien het administratieve werk van de vzw hem te zwaar was (zie bijlage 8). Urbain D'Oosterlinck werd verkozen tot nieuwe voorzitter, een man die Nederename mooie en minder mooie tijden liet beleven. In deze periode kende FC Nederename zijn grootste bloei. Deel 9: Periode 1972 – 1986 ‘Het jeugdcomité’ In de zomer van 1977 starttemen met de oprichting van een jeugdcomité (zie bijlage 9+10). Paul Dhondt was hier de grote bezieler van. Toen zijn jongste zoon zijn eerste stappen op het voetbalveld plaatste, merkte Paul Dhondt dat de begeleiding onvoldoende was en ook de trainingen heel wat te wensen overlieten. Hij wou zich maar al te graag voor de kar spannen. Hij werd dan ook prompt de nieuwe trainer van een twaalftal miniemen. Onder zijn stuwende werkkracht liep het aantal spelers vlug op tot een honderdtal. Daar hij alleen al het werk niet aankon, was het noodzakelijk dat er op een ruimere basis gewerkt moest worden en zo rijpte een nieuw plan in het hoofd van de toenmalige trainer. Er zou en moest een jeugdcomité gesticht worden dat zou instaan voor de materiële en financiële opvang van de spelers. AndreVandorpe, sponsor van de miniemenploeg, werd aangetrokken en warmgemaakt om het voorzitterschap van het jeugdcomité op zich te nemen. hij verklaarde zich hier dan ook bereid voor. Paul Dhondt, goed thuis in de financiële wereld, werd secretaris-schatbewaarder. Het jeugdcomité was gesticht en de eerste steen van een nieuw beleid was gelegd. Deel 10: Periode 1972 – 1986 ‘Eindelijk een jeugdplein’ De steeds grotere interesse van de Nederenaamse jeugd voor het voetbal had mede tot gevolg dat men met één terrein niet meer genoeg had. In het begin dat men met jeugdploegen speelde was er geen probleem, want dan speelden dezen hun wedstrijden op een terrein te Edelare. Gezien de erbarmelijke staat van de accommodaties daar, werd gesuggereerd een nieuw B-plein te zoeken, waar men in behoorlijker omstandigheden zou kunnen spelen (zie bijlage 11). Eerst denkt men aan een stuk grond palend aan het A-terrein, maar aangezien de eigenaar hiervan niet tot verkoop of verhuur wenste over te gaan moest men verder op zoek. Uiteindelijk mocht men van de stad Oudenaarde een stuk grond langs de Ohiostraat-Pelikaanstraat in bruikleen nemen, hetgeen onmiddellijk omgedoopt werd tot het B-terrein. Rond de uitstekende groene grasmat was niet de minste accommodatie. Het jeugdcomité vatte de koe bij de horens en met eigen mankracht werden de kleedkamers opgetrokken. Eindelijk kwam de eigen jeugd volledig aan zijn trekken op hun eigen terrein. Het comité rustte niet op zijn lauweren en weldra werden nieuwe grootscheepse plannen op de tafel gegooid. Een degelijke verlichting werd in één dag aangelegd en met de gewaardeerde steun van het zakenkantoor D'Oosterlinck en van Roger De Temmerman werd een mooi clubhuis opgetrokken naast het terrein. Met die schitterende verwezenlijkingen was het terrein een waar pareltje waar heel wat naburige clubs met bewondering of afgunst naar op(neer)keken. Dit B-terrein beschikt echter niet over de officiële afmetingen, waardoor de eerste ploeg en de reserven hier geen competitiewedstrijden mogen spelen. Dit vormde in het begin echter geen enkel probleem, want deze twee ploegen speelden immers hun wedstrijden op het A-terrein. Naast het aanleggen van het jeugdterrein werden ook het A-veld en de aanpalende accommodaties daar verder verbeterd. Zo werd de kantine op het A-veld volledig afgebroken en vervangen door een oud klasgebouw uit Kortrijk. Deel 11: Periode 1972 – 1986 ‘Het miniementornooi Marc Messiaen’
Deel 12: Periode 1972 – 1986 ‘De affaire Urbain D’Oosterlinck’
Deel 13: Periode 1986 – 1988
Deel 14: Periode 1986 – 1988 ‘Na 19 jaar terug een titel’
Deel 15: Periode 1988 – 2001
Deel 16: Periode 1988 – 2001 ’50-jarig bestaan’
Deel 17: Periode 1988 – 2001 ’Damesvoetbal in Nederename’
Deel 18: Periode 1988 – 2001 ‘Titel ??????’
Deel 19: Periode 2001 – 2007 ‘????????????’
|